Deus ex machina

Aan S.....

Het ijs is glad, gelijk een spiegel
De wanden hoog van zwart graniet
Dit is de valkuil van het leven
Het licht vergruist, stof van grafiet

Mijn banden bleken broos als spinrag
Ik viel, geen hand die houvast bood
De wereld hard, verbood te dromen
Ontsliep ik net de koele dood?

De stemmen kaatsten hol en luider
En slorpen mij in stukken op
Ik hoor hen toe, mag niet meer vrij zijn
Het laatste woord is magisch: Stop!

De dageraad begint te blozen
Mijn lief verblijdt mij met ons’ vrucht
Ik smacht, een traan welt in mijn oog op
En kijk omhoog, slaakt God een zucht?