Rottige Meente

Land van Linde, Tjonger en Scheene
waar op vroegerdagen
turfschepen zwaar beladen
door de venen voeren
mannen kromgebogen
spitten in grijze grond
en taaie vrouwen
turven lieten drogen

daar laat de waterjuffer nu
wulps haar vleugels trillen
daar vliegt de grote vuurvlinder
vrolijk in het rond

waar riet en trilvenen elkaar dragen
daar jubelt de natuur op zwoele zomerdagen

waar poldermolens Rietvink en Reiger
als reuzen over veld en water turen
met in de verte
Spanga, Scherpenzeel en Munnekeburen
daar mijmert in het midden Nijetrijne
stralend in de middagzon

net als ik hier
liggend in het gras en even verderop
– alleen een speelse otter die ‘t ziet –
het pas verliefde paartje
dobberend in een bootje
verscholen tussen ‘t riet
nergens glijdt de tijd zo stil
voorbij als hier
met de groene knolorchis en
gele lis in het vizier
tussen kragge en krabbenscheer
waar een hemelse rust
vol overgave mijn vermoeide ogen kust

Ria Westerhuis, mei 2017