Zoals

Zoals een rivier

tolt en kolkt, kabbelt en babbelt: mee
met de vissen aan hun vinnen vast,
met de modder, de wolken, de zwermen
libellen die bloemen op de oever evenaren,
die doezelt in een hoekje, een poeltje, een bocht,
dan ineens achter de regen aan rent en op mensen jaagt die te jong zijn om oud te kunnen worden,
stroomopwaarts om te klimmen inkrimpt,
stroomafwaarts wijd zijn armen spreidt
als voor een afscheid voorgoed,
die alle kanten op kan
en maar een daarvan doet,

zo wil ik zijn,
weg met je mee,
simpel als water,
eindig in zee.