Gedichtendag

Een ode aan de Nederlandse dichtkunst ter ere van Gedichtendag

Denken in strofen is schrijven in verzen,
En spreken in stromen van barnsteen en goud
Ik keerde weder vandaag naar een land van diversen
Een land waar cultuur soms in pracht wordt aanschouwd.

Het land van Campert en Bloem, van der Waals en Frau Schmidt
Waar een mens in verwondering omkijkt en heel helder
Maar met verbaasde blik vraagt: “Houdt u beren in de kelder?
Bruine beren in de kelder van ‘t perceel”, of niet….”

Waar ook eens plots in het somber herfstige wit
“Voor ‘t venster op de Hoogewoerd, een minnedichter zit.”
En waar “ik ben geboren uit zonnegloren en de zucht
Van de ziedende zee” mij immer nog heftig kan bekoren.

Het is of “ik keek in de gouden heerlijkheid
Van een najaarslaan”, die mij brengt naar een schone tijd,
Want “Hoe groot moet mijn verlangen dan zijn
Die zalen in te gaan!” en me te laven aan ambrozijn.

Waar de liefde door Arends wordt beschreven.
Die weet dat “Alleen Haleine is gebleven.
Jazeker, Haleine verlaat mij niet. En onder een donkere maan
Naar een liefelijke blauwe lucht geslapen heeft.”

Hoewel Boon schreef “een gedicht is een bloem op de lippen”
“En de dichter voor eerzuchtige groten een gevaarlijke hond”
Toch kan op deez’ dag van gedichten geen schoonheid ontslippen
Want taal blijft het spel van de liefde dat geen hert ooit doorwondt.

Donderdag 25 januari 2018
Mark Sluiter
Stadsdichter Meppel