Overmoed

Ach, zij ook....

Waar geel verschoten zonnestralen
Verglijden in de horizon
Waar diep, achter gesloten luiken
Mijn lief glijdt uit haar nachtjapon

Waar donk’re, zwart geverfde, deuren
Voor lieve woorden vijand zijn,
Waar enkel ’n goud gepoetste deurknop
Geen toonbeeld is van fel venijn,

Daar heb ik afgelopen weken
Alleen, wel menig traan geplengd,
Zodat mijn jeugd mij is ontschoten,
Mijn jonge waardigheid gekrenkt.

Toch zal dan eens de dag aanbreken,
Waarop die luiken open gaan
En zij, met ravenzwarte schoonheid
Mij smoorverliefd te neer doet slaan.